Categorie archief Blog

doorJessica Boekhout

Alles over de gezinsvoogd

De gezinsvoogd

Wanneer er zorgen zijn over (de verzorging of opvoeding van) de kinderen, kunt u te maken krijgen met een kinderbeschermingsmaatregel, zoals een ondertoezichtstelling. Als de rechter een ondertoezichtstelling uitspreekt, krijgt u een gezinsvoogd toegewezen vanuit een gecertificeerde instelling.

Wat doet een gezinsvoogd?

De gezinsvoogd wordt soms ook wel de jeugdbeschermer of een jeugdmanager genoemd. De gezinsvoogd gaat met de ouders en het kind in gesprek. Door gesprekken te voeren krijgt de gezinsvoogd meer informatie over de situatie. Het is de taak van de gezinsvoogd om het welzijn van het kind in de gaten te houden en in te grijpen wanneer dat nodig is.

De ouders blijven verantwoordelijkheid voor hun kind, maar de gezinsvoogd begeleidt het gezin en dient ondersteuning te bieden aan zowel de ouders als het kind. Dit kan gaan om ondersteuning op emotioneel gebied, maar ziet ook op praktische zaken.

De gezinsvoogd maakt een plan van aanpak. Dit is een schriftelijk verslag, waarin staat welke doelen er gehaald moeten worden om de zorgen weg te nemen, zodat de ouders uiteindelijk weer zelf alle opvoedingsverantwoordelijkheid op zich kunnen nemen.  Ook kijkt de gezinsvoogd hoe deze doelen behaald kunnen worden. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld:

  • gesprekken tussen de ouders onder begeleiding van de gezinsvoogd;
  • gesprekken tussen de ouders onder begeleiding van een andere professionele instantie;
  • inschakelen van een instantie die begeleiding thuis biedt bij de opvoeding (bijvoorbeeld opvoedondersteuning);
  • observeren en begeleiden van de omgangsmomenten tussen de ouder(s) en het kind;
  • het maken en vastleggen van onderlinge afspraken;
  • etc.

De ouders zijn verplicht om de hulp en ondersteuning van een gezinsvoogd bij de opvoeding te accepteren.

Wat kan ik doen als ik niet tevreden ben over mijn gezinsvoogd?

Soms verloopt de samenwerking met een gezinsvoogd niet goed. De communicatie verloopt niet goed, u voelt zich niet gehoord of u bent van mening dat niet de juiste hulp wordt ingezet. Er zijn verschillende mogelijkheden om hier als ouder iets aan te doen.

  1. de gecertificeerde instelling

Een gezinsvoogd is werkzaam bij een gecertificeerde instelling. Een optie is om een gesprek aan te vragen met de gezinsvoogd en zijn/haar leidinggevende van de gecertificeerde. Tijdens dit gesprek kan je aangeven waar je mee zit, zodat er met elkaar over gesproken kan worden.

Mocht dit niet tot een oplossing leiden, dan is het mogelijk een officiële klacht in te dienen bij de gecertificeerde instelling. Iedere instelling van een gecertificeerde kent een eigen klachtenprocedure. Het is belangrijk deze bij de instelling op de vragen of te kijken of deze op de website van de gecertificeerde instelling staat opgenomen. Vaak moet een klacht binnen één jaar worden ingediend. Het advies is om een klacht zo spoedig mogelijk in te dienen.

Bij voornoemde opties is het ook mogelijk om een andere gezinsvoogd te vragen. Uiteraard is het belangrijk dat gemotiveerd wordt aangegeven, waarom dit in uw situatie van belang is.

  • Stichting Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg, het AKJ

Iedere ouder, elke jongere en elk kind die te maken krijgt met jeugdhulp, kan hulp en ondersteuning vragen bij het AKJ. Het AKJ kan o.a. advies en informatie geven, biedt vertrouwenspersonen en biedt ook klachtenondersteuning.

Op het moment dat er vragen zijn over de uitvoering van de ondertoezichtstelling, het werk van de gezinsvoogd, is het verstandig om te bellen met het AKJ. Zij luisteren naar uw verhaal en kunnen op basis daarvan het beste beoordelen op welke manier zij u verder kunnen helpen.

Voor meer informatie: www.akj.nl

  • De kinderombudsman

De kinderombudsman is er voor kinderen en jongeren tot 18 jaar. Zij helpen hen om voor hun rechten op te komen. Zij geven advies over wat je het beste kan doen, gaan met de betrokken organisaties praten of starten een onderzoek.

Voor meer informatie: www.dekinderombudsman.nl

  • Een procedure bij de rechtbank

Als de hiervoor geboden opties niet tot het gewenste resultaat leiden, kan er mogelijk ook een verzoek worden ingediend bij de rechtbank.

We hebben het dan in eerste instantie over de geschillenregeling of over verzoeken naar aanleiding van een schriftelijke aanwijzing van een gezinsvoogd. Dit verzoek moet worden ingediend door een advocaat. De kinderrechter zal een zitting plannen en met alle betrokkenen in gesprek gaan. Als er geen oplossing wordt gevonden, zal de rechter een beslissing nemen. Hier dient vervolgens uitvoering aan gegeven te worden.

Een andere optie is vaak nog een verzoek om een andere gecertificeerde instelling. Dat moet dus niet alleen de gezinsvoogd worden vervangen, maar de gehele instelling. Voor deze procedure is een goede motivering wel erg belangrijk. Ook dit verzoek moet worden ingediend door een advocaat, waarna er een zitting zal worden gepland op de rechtbank.

  • De informele rechtsingang

Voor minderjarige kinderen (vanaf 12 jaar) bestaat er nog de informele rechtsingang. Minderjarigen kunnen zelf een brief schrijven naar de rechtbank en aangeven dat zij het niet eens zijn de hulp van hun gezinsvoogd. De kinderrechter kan op basis van de brief afwegen of zij het kind uitnodigen voor een gesprek

Tot slot

De gezinsvoogd heeft een grote rol in het leven van ouders en het kind als er sprake is van een ondertoezichtstelling. De ouders zijn verplicht om de hulp te accepteren, maar mogen uiteraard hier wel kritisch op zijn. De hiervoor beschreven opties zijn de meest voorkomende mogelijkheden voor ouders om op te treden tegen een gezinsvoogd. Heeft u nog vragen? Neemt u dan gerust contact met ons op.

doorSanne van Beers

Verlies contact met ouders, familie en vrienden

Onderzoek wijst uit : “Uit huis geplaatste kinderen verliezen contact met ouders, familie en vrienden.”

Een onderzoeker van Stichting Het Vergeten Kind, Yfke van der Ploeg, heeft in een interview in het Algemeen Dagblad aangegeven dat:

“uithuisgeplaatste kinderen die nog weinig contact hebben met dierbaren, vaker gedragsproblemen hebben. Ook doen ze het minder goed op school en krijgen ze vaker problemen binnen het pleeggezin.

Het zou ze enorm helpen als ze hun ouders of familieleden wel blijven spreken en zien. Er moet contact blijven, het zijn de wortels van een kind, het heeft ze gemaakt tot wie ze zijn. Verwatert het contact, dan doet dat ook iets met die wortels, die kun je niet zo maar weghalen.”

Indien er sprake is van een uithuisplaatsing, bepaalt de betrokken gezinsvoogd welke omgangsregeling in het belang van de minderjarige wordt geacht. Echter niet alleen uit de rechtspraktijk, maar ook uit onderzoek is nu gebleken dat kinderen die niet meer thuis kunnen wonen, vaak het contact verliezen met een of meerdere personen die belangrijk voor hen zijn. Uit huis geplaatste kinderen zijn afhankelijk van hulpverleners voor het contact met hun ouders, familie en vriendjes. Echter hebben hulpverleners te weinig tijd om dat waar te maken, of hebben vooroordelen over het sociale netwerk van een kind en werken er niet mee samen.

De impact die een uithuisplaatsing teweegbrengt is al groot genoeg, zegt Stichting Het Vergeten Kind, dat zich inzet voor deze kinderen. Daar komt nog bovenop dat er in de meeste gevallen geen goed afscheid mogelijk is van ouders, andere familieleden en vrienden omdat de kinderen vaak onverwachts uit huis worden gehaald. Uit een recent onderzoek leerde de stichting dat ruim de helft (56 procent) van de kinderen sinds hun uithuisplaatsing het contact verloren is met minstens één persoon die belangrijk voor hen is.

Juridische mogelijkheden om tot een uitbreiding van de omgang te komen in het kader van een uithuisplaatsing

  • schriftelijke aanwijzing (artikel 1:263 BW)

Indien er door de gezinsvoogd niet wordt gewerkt aan een frequente omgangsregeling tussen de ouders en hun kind, kunnen de ouders allereerst de gezinsvoogd verzoeken om aan hen een schriftelijke aanwijzing op te leggen waarin de gewenste omgangsregeling wordt opgenomen. Mocht de gezinsvoogd ertoe bereid zijn om een schriftelijke aanwijzing op te leggen waarbij wel een omgangsregeling is opgenomen, maar deze omgangsregeling is zeer beperkt dan kunnen de ouders zich wenden tot de rechtbank met het verzoek om een vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing en de rechter te verzoeken om een wijziging c.q. uitbreiding van de omgangsregeling.

  • beoordeling geschil in het kader van de ondertoezichtstelling (artikel 1:262 BW)

Echter uit de praktijk blijkt veelal ook dat de gezinsvoogd niet bereid is danwel geen aanleiding ziet om de omgangsregeling op te nemen in een schriftelijke aanwijzing. Om het ouders alsnog mogelijk te maken om de omgangsregeling – zoals deze is opgelegd door de gezinsvoogd – te laten toetsen door de rechter bestaat er voor de ouders met gezag de mogelijkheid om aan de rechtbank een verzoek voor te leggen tot beoordeling geschil in het kader van de ondertoezichtstelling op grond van artikel 1:262b BW. In een dergelijke verzoek kan de ouder de door hem of haar gewenste omgangsregeling voorleggen aan de kinderrechter. De kinderrechter zal op dit verzoek van de ouder dan een beslissing nemen die in het belang van de minderjarige wordt geacht. 

Voor vragen over een uitbreiding van de omgangsregeling in het kader van een uithuisplaatsing kunt u vrijblijvend contact opnemen met ons kantoor.

doorJessica Boekhout

Perspectief bij uithuisplaatsing

Op het moment dat er ernstige zorgen zijn over een kind, kan de kinderrechter een ondertoezichtstelling uitspreken.

Indien nodig kan dit in combinatie met een uithuisplaatsing. In dat geval komt er een jeugdbeschermer, beter bekend als ‘een gezinsvoogd’. De gezinsvoogd is er om de belangen van het kind te behartigen en dient de noodzakelijke hulp en steun te bieden aan het gezin. Het doel van de hulpverlening is om de zorgen weg te nemen, zodat het kind niet meer in zijn/haar ontwikkeling wordt bedreigd. Op deze manier kan er immers gewerkt worden aan de thuisplaatsing van het kind.

Na verloop van tijd neemt de gezinsvoogd een besluit op de vraag of het kind ook echt weer thuis kan gaan wonen bij zijn bij zijn/haar ouder(s). Of is het misschien beter voor het kind om ergens anders op te groeien? In beginsel wordt dit besluit na circa twee jaar uithuisplaatsing genomen.

Dit besluit heet het perspectiefbesluit. Een definitie die steeds belangrijker wordt en die steeds meer ouders ook horen.

Wat zijn de gevolgen van het perspectiefbesluit?

Als de gezinsvoogd aangeeft dat het perspectief niet meer bij de ouder(s) ligt, heeft dit grote gevolgen voor de ouder(s) en het kind.

Het heeft o.a. tot gevolg dat de hulpverlening gaat veranderen. De hulpverlening is niet meer gericht op een plaatsing van het kind terug naar huis, maar op het invullen van het ouderschap op afstand. De hulpverlening is gericht op een toekomst van het kind bij bijvoorbeeld de pleegouders.

De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) heeft eerder dit jaar een advies uitgebracht over het verstrekkende perspectiefbesluit. Dit advies luidt kort gezegd dat de ouder(s) en het kind de mogelijkheid moeten krijgen om het perspectiefbesluit te laten toetsen door de rechter. Deze mogelijkheid bestaat op dit moment namelijk nog niet.

In de praktijk worden de volgende zorgen gesignaleerd:

  • Het perspectiefbesluit wordt vaak pas besproken op een zitting over de (verlenging van de) ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Een zitting kan soms echter nog wel enkele maanden op zich laten wachten. De ouders zijn onvoldoende op de hoogte, terwijl de hulpverlening al wel wordt aangepast.
  • De ouder(s) en het kind worden soms wel, maar soms ook onvoldoende betrokken en gehoord bij de besluitvorming rondom het perspectiefbesluit. Het gevolg is dat zij onvoldoende hiervan op de hoogte zijn en ook de gevolgen van dit besluit niet kunnen overzien.
  • Als het perspectief volgens de jeugdbeschermer niet meer bij de ouders ligt, verandert de hulpverlening. Er wordt niet meer gewerkt aan een thuisplaatsing. Dit is in strijd met het doel van de maatregelen van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.

Het perspectiefbesluit heeft dus grote gevolgen, terwijl de ouder(s) zich dit niet altijd realiseren.

Daarbij komt ook nog dat als er geen reële kans meer is dat het kind terug naar huis gaat er vaak aan de Raad voor de Kinderbescherming wordt gevraagd om een onderzoek te doen naar de beëindiging van het gezag van de ouders. Dit heet de gezagsbeëindigende maatregel.

De Raad voor de Kinderbescherming doet onderzoek naar de situatie en neemt hierin ook het perspectiefbesluit mee. Uiteindelijk dient de rechter een beslissing te nemen over de gezagsbeëindigende maatregel.

Het recht van de ouder(s) en het kind

Op dit moment hebben de ouders en de kinderen geen mogelijkheid om het perspectiefbesluit te laten toetsen door de kinderrechter. Dit terwijl het een besluit is met verstrekkende gevolgen. Het kan immers zelfs leiden tot de beëindiging van het ouderlijk gezag.

De Minister van Rechtsbescherming heeft aangegeven dat de situatie in de praktijk beter moet. Helaas lijkt er nog geen wijziging in de wet te komen die het mogelijk moet maken om het perspectiefbesluit apart te laten toetsen door de rechter. Op dit moment pleit de minister ervoor dat de Raad voor de Kinderbescherming in het onderzoek naar de beëindiging van het gezag ook het perspectiefbesluit moet meenemen.

Tot slot

Gelet op het vorenstaande is het altijd belangrijk om hulp te hebben op het moment dat u wordt geconfronteerd met een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. U doet er verstandig aan om schriftelijk te reageren op rapporten en besluiten en ook met de rechter over de maatregelen in gesprek te gaan. De doelen moeten voor u als ouder(s) duidelijk zijn, zodat er gewerkt kan worden het perspectief van het kind en de mogelijke thuisplaatsing.

Heeft u vragen of wenst u bijstand in verband met een zitting bij de rechtbank? Neemt u dan gerust contact met ons op. 

doorJessica Boekhout

Reiskostenvergoeding bij uithuisplaatsing

Een taak voor de GI om duidelijkheid te geven over kostenvergoeding bij uithuisplaatsing

Op het moment dat de kinderrechter een machtiging geeft voor een uithuisplaatsing, is het nog niet altijd bekend waar de minderjarige zal gaan verblijven. Dit brengt veel onduidelijkheid voor de ouders met zich mee. Zullen zij hun kind nog wel regelmatig kunnen bezoeken en welke kosten brengt dit met zich mee.

Recht op contact

De ouders hebben op grond van de wet recht op contact met hun kind. De gecertificeerde instelling (GI) dient dit recht ook te waarborgen. Hoewel een gedachte achter de Jeugdwet is ouders en minderjarige zo veel mogelijk jeugdhulp binnen de eigen regio te bieden, lijkt dit in de praktijk vaak niet mogelijk. Aanbieders van specialistische jeugdhulp bevinden zich nogal eens buiten de Randstand en vergelijkbare hulp is veelal niet voorhanden binnen de regio. Dat maakt het voor ouders lastig hun kind regelmatig te bezoeken en voor de minderjarigen tijdrovend om met verlof naar huis te gaan. Daarnaast zijn aan het bezoeken en met verlof gaan aanzienlijke kosten verbonden, vooral omdat de hulp buiten de regio wordt gegeven. Gelet op de hoogte van de kosten is het denkbaar dat ouders niet altijd in staat zijn die kosten te dragen. Als dat zo is kan dat leiden tot een ongewenste beperking in het contact tussen ouders en kinderen.

Recht op (gedeeltelijke) reiskostenvergoeding

De rechtbank Rotterdam[1] oordeelde eerder dat een plaatsing in een instelling buiten de regio – ondanks de afstand voor de ouders – wel in het belang van het kind was, omdat deze instelling het beste aansluit bij de problematiek van het kind.  

De GI gaf de moeder te kennen dat zij het probleem ten gevolge van de afstand zelf moest oplossen, al dan niet met de gemeente. De Kinderrechter dacht daar echter anders over. De kinderrechter oordeelde dat als de overheid ervoor kiest de kinderen buiten de regio te plaatsen, het ook de overheid is die ervoor moet zorgen dat het basisrecht van contact tussen ouder en kind in stand blijft.

De GI heeft als uitvoerende instantie van de ondertoezichtstelling dus de taak om met de ouders samen vast te stellen of zij inderdaad niet in staat is alle reiskosten op te brengen en in dat geval een oplossing te bedenken voor de vergoeding van (een deel van) die kosten. Het gaat dan om de kosten die de ouders moeten maken om kind kind regelmatig te bezoeken (en met de begeleiders en verzorgers te kunnen spreken) en de kosten om hun kind met regelmaat met verlof naar huis te laten gaan. Onderzocht moet bijvoorbeeld worden om de ouders in aanmerking komt voor een toeslag in het kader van de kinderbijslag of dat er via de gemeente middelen beschikbaar worden gesteld.

Het is niet de moeder maar de GI die het voortouw moet nemen om hierover helderheid te krijgen, aldus de Kinderrechter.


[1] ECLI:NL:RBROT:2020:11959, Rechtbank Rotterdam, C/10/607780 / JE RK 20-3134 & C/10/606826 / JE RK 20/2981 (rechtspraak.nl)

doorJessica Boekhout

Informatie: OTS en maatregelen Coronavirus

De rechtbanken en gerechtshoven zijn vanaf dinsdag 17 maart 2020 gesloten vanwege het coronavirus. Wat betekent dit voor de ondertoezichtstelling van uw kind. In verband met de uitbraak van het coronavirus heeft de Rechtspraak besloten vanaf dinsdag 17 maart de rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges te sluiten. Recent is bekendgemaakt dat ook ná 6 april de gerechtsgebouwen in principe gesloten blijven. Op dit moment worden alleen urgente zaken behandeld. Op korte termijn zal een aanvullende lijst worden opgesteld van zaken die, naast de urgente zaken, ook prioriteit moeten krijgen. Wat zijn urgente zaken? Op rechtspraak.nl is een lijst gepubliceerd met voorbeelden van urgente zaken. Op deze lijst staan ook zaken die gaan over een ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing. Daarnaast kan er gedacht worden aan zaken over zorg taken en spoed-kortgedingen. Hoe wordt mijn zaak nu behandeld? De ondertoezichtstelling wordt behandeld als ze spoedeisend zijn. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de termijn van de ondertoezichtstelling of de uithuisplaatsing bijna afloopt. De rechtbank bekijkt per zaak hoe de zaak dan wordt behandeld. In principe zal er geen fysieke zitting plaatsvinden. Waar mogelijk zal er gebruik worden gemaakt van videoconference of telefonisch horen. Als fysieke komst naar het gerechtsgebouw absoluut noodzakelijk is, zullen daar passende maatregelen voor worden getroffen. Het kan ook zo zijn dat de rechtbank besluit dat er een overbruggingsbeslissing wordt genomen. Dit is een beslissing waarin de termijn van de ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing voor een korte termijn wordt verlengd. Dit is uitsluitend bedoeld om de termijn veilig te stellen. De betrokkenen zullen alsnog zo spoedig mogelijk in de gelegenheid worden gesteld om te worden gehoord. Wat kunt u doen? Heeft u nog verdere vragen? De rechtspraak heeft het dringende verzoek neergelegd geen telefonisch contact met hen op te nemen. De bezetting op de rechtbank is beperkt en gelet op de corona-maatregelen is het heel belastend al zij gebeld worden. U kunt derhalve het beste contact opnemen met uw advocaat. Heeft u nog geen advocaat, maar heeft u wel rechtsbijstand nodig. Neemt u dan gerust contact met ons op. Wij helpen u graag verder.
doorJessica Boekhout

Mag de gezinsvoogd met het kind praten zonder toestemming van de ouders?

Op het moment dat er een ondertoezichtstelling wordt uitgesproken komt er een gezinsvoogd. De gezinsvoogd praat met de ouders, maar ook vaak met het kind dat onder toezicht staat. Veel ouders vragen zich af of dit wel zo maar mag.

De achtergrond van de vraag is vaak hetzelfde. De ouders zijn het niet eens met de ondertoezichtstelling en zij vertrouwen de gezinsvoogd niet. Om die reden wordt ook vaak geprobeerd de gezinsvoogd geen toegang te geven tot het gezin en dus gesprekken tussen de gezinsvoogd en het kind te voorkomen. Of zij willen dat er een vertrouwenspersoon voor het kind aanwezig is bij het gesprek. Mag de gezinsvoogd alleen in gesprek met het kind als de ouders met gezag daar geen toestemming voor geven?

Wat zegt de wet?

In de wet is geen letterlijk antwoord terug te vinden op deze vraag. Nergens staat dat een gezinsvoogd alleen met het kind mag praten of dat de gezinsvoogd juist niet alleen met het kind mag praten.

De voormalig Minister voor Jeugd en Gezin heeft hier in 2010 wel een standpunt over ingenomen. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft hij het volgende:

Van (gezins)voogdijwerkers wordt verwacht dat zij regelmatig contact hebben met het kind dat onder hun toezicht staat. Hoewel nergens in de methoden of regelgeving verplicht is gesteld dat dit contact buiten aanwezigheid van anderen volwassenen/opvoeders plaatsvindt, hanteren de meeste bureaus de regel dat de (gezins)voogdijwerker er naar streeft dit wel te doen. Vast staat wel dat de (gezins)voogdijwerker hiertoe zeker de bevoegdheid heeft. (Pleeg)ouders of andere opvoeders kunnen dit niet blokkeren. De MOgroep Jeugdzorg heeft mij laten weten dat gelet op het belang dat kinderen in staat moeten zijn hun (gezins)voogdijwerker over bepaalde problemen te vertellen, zij de bureaus jeugdzorg zal adviseren dit expliciet in hun beleid op te nemen.”

Hoe gaat het in de praktijk?

Recent zijn er nog twee uitspraken gedaan over de bevoegdheid van de gezinsvoogd op dit punt.

In september 2018 heeft een kinderrechter in Arnhem nog geoordeeld dat de gezinsvoogd met het kind in gesprek mag, ook al wilde de ouder met gezag dat niet. De rechter merkte op dat een ondertoezichtstelling met zich mee brengt dat zowel de ouder als het kind de aanwijzingen van de gezinsvoogd dient op te volgen. Voor zover de betreffende ouder vond dat hij het contact tussen de gezinsvoogd en het kind kon blokkeren, gaf de kinderrechter vervangende toestemming om met het kind te praten.

In 2019 heeft de rechtbank in Leeuwarden in dezelfde lijn een uitspraak gedaan. De kinderrechter merkte op dat niet in de Jeugdwet is opgenomen dat er een (vertrouwens)persoon bij het gesprek tussen de gezinsvoogd en het kind aanwezig zou moeten zijn. De kinderrechter benadrukte daarbij dat het in het belang van het kind is om de vrijheid te voelen om zich te kunnen uiten aan de gezinsvoogd. Het is om die reden ook van belang dat de ouder (emotioneel) toestemming geeft aan het kind om in gesprek te gaan met de gezinsvoogd. De kinderrechter gaf ook in deze uitspraak mee dat de ouder de aanwijzingen van de gezinsvoogd moet opvolgen.

Antwoord op de vraag

Natuurlijk kunnen er bijzondere situaties zijn, waarin het niet in het belang van het kind is om een gesprek te voeren met de gezinsvoogd of dat het in het belang van het kind is dat er een (vertrouwens)persoon aanwezig is. Het is en blijft altijd van belang om iedere situatie afzonderlijk te beoordelen. Gelet op het vorenstaande kan de vraag: “mag een gezinsvoogd zonder toestemming van de ouder met het kind praten?” in het algemeen wel worden beantwoord met: “Ja, dat mag”.

 

 

 

 

doorJessica Boekhout

Vervangende toestemming voor vaccinaties

Indien een medische behandeling voor een minderjarige jonger dan 12 jaar noodzakelijk is om ernstig gevaar voor diens gezondheid af te wenden en de ouder die het gezag uitoefent zijn toestemming daarvoor weigert, heeft de gecertificeerde instelling (bv. Save, William Schrikker Stichting, Leger Des Heils) de mogelijkheid om vervangende toestemming te vragen aan de rechter.

Vervangende toestemming

Al enkele jaren geleden heeft de rechtbank Oost-Brabant vervangende toestemming gegeven voor de medische behandeling van een minderjarige, inhoudende dat zij alle vaccinaties ontvangt van het Rijksvaccinatieprogramma. In deze procedure waren de minderjarige kinderen van de ouders niet langer woonachtig bij de ouders, maar in een pleeggezin. De oudste dochter was veelvuldig ziek. Zij was o.a. geconfronteerd met een fikse oogontsteking, hoge koorts en een ziekenhuisopname. Niet duidelijk was welke oorzaak hier aan ten grondslag lag. De gecertificeerde instelling heeft zich op het standpunt gesteld dat het meisje (extra) vatbaar zal zijn en blijven voor alle (gevaarlijke) kinderziekten als zij niet gevaccineerd zou worden. De ouders konden het Rijksvaccinatieprogramma niet steunen, omdat informatie op internet hen ervan heeft overtuigd dat de vaccinaties niet in het belang van hun kinderen zijn. Ondanks dat de kinderrechter van oordeel is dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat het ontvangen van vaccinaties van het Rijksvaccinatieprogramma noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van het meisje af te wenden, heeft de kinderrechter toch het verzoek van de GI toegewezen. Artikel 3 van het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind geeft namelijk aan dat bij alle maatregelen betreffende kinderen de belangen van het kind een eerste overweging dienen te vormen en in de regel de doorslag behoren te geven. Tegen deze achtergrond heeft de kinderrechter het verzoek van de gecertificeerde instelling onder deze omstandigheden in het belang van het kind toegewezen. De enkele stelling van de ouders dat informatie op het internet hen ervan heeft overtuigd om niet akkoord te gaan met vaccineren, weegt daartegen in het licht van de tussen de ouders en het kind te maken belangenafweging, onvoldoende op. Als u juridische hulp nodig heeft voor een verzoek tot vervangende toestemming voor een medische behandeling van een minderjarige of wordt u geconfronteerd met een dergelijk verzoek van de gecertificeerde instelling en wenst zich daartegen te verweren, dan kunt u een beroep doen op ons kantoor.
doorJessica Boekhout

Vanaf 1 juli 2018: standaard pleeghulp tot 21 jaar

Soms wordt het beter geacht wanneer een kind – tijdelijk – ergens anders woont. Er wordt altijd gekeken of er de mogelijkheid bestaat om het kind op te vangen bij familie of bekenden. Als dit niet mogelijk is, wordt een kind in een pleeggezin geplaatst. De pleegouders zorgen dan voor het kind.

De huidige Jeugdwet

Op dit moment is een kind op het moment dat hij/zij 18 jaar wordt voor de wet volwassen. Dit betekent dat de jeugdhulp stopt en daarmee dus ook de pleegzorg. Er zijn echter pleegkinderen die ook na hun 18e verjaardag nog behoefte hebben aan ondersteuning. De jeugdwet maakt(e) het om die reden mogelijk om zogenoemde voortgezette pleegzorg te bieden voor pleegkinderen van 18 jaar en ouder. Dat ging tot 1 juli 2018 via een ‘nee, tenzij-systeem’, waarbij er moe(s)t worden aangetoond dat pleegzorg ook na het bereiken van de leeftijd van 18 jaar nog noodzakelijk is. De beslissing over de voortgezette pleegzorg ligt dan bij de gemeenten.

Bij voortgezette jeugdhulp loopt de begeleiding van de pleegouders en het pleegkind door. Dit betekent dat bijvoorbeeld ambulante hulpverlening of kamertraining niet zo maar tot een einde komt bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar. Ook blijven de ouders een pleegvergoeding ontvangen. De voortgezette hulp is wel altijd in een vrijwillig kader. Het pleegkind moet akkoord gaan, anders zal de hulp worden beëindigd. Aan dit systeem komt met ingang van 1 juli 2018 een einde.

Begeleiding naar volwassenheid

Met ingang van 1 juli 2018 kunnen pleegkinderen standaard tot 21 jaar in hun pleeggezin verblijven, tenzij het pleegkind heeft aangegeven geen gebruik meer te willen maken van pleegzorg. Het ‘nee, tenzij’ verandert naar een ‘ja, tenzij- systeem’. Hierover zijn afspraken gemaakt tussen Jeugdzorg Nederland, de Vereniging Nederlandse Gemeenten en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn & Sport.

Een pleegzorgrelatie kan vanaf 1 juli 2018 alleen vóór het bereiken van de leeftijd van 21 worden beëindigd als de pleegkinderen dit zelf willen. De gemeenten zijn hierdoor derhalve verplicht om lopende / bestaande trajecten voor de pleegkinderen te verlengen tot 21 jaar. Op deze wijze hoopt men de pleegkinderen beter te kunnen begeleiden naar volwassenheid en hun zelfstandigheid.

De pleegzorg als vorm van voortgezette pleeghulp, zoals reeds beschreven in de Jeugdwet, blijft mogelijk vanaf 21 jaar tot 23 jaar. Op die manier is er wederom de mogelijkheid tot verdere begeleiding naar volwassenheid, afhankelijk van het betreffende individu. De wens van de overheid is immers om zorg op maat te bieden.

doorJessica Boekhout

Een verhuizing naar het buitenland tijdens een ondertoezichtstelling

Ouders vragen zich vaak af of zij mogen verhuizen met hun kinderen naar het buitenland op het moment dat de kinderen door de rechter onder toezicht zijn gesteld van een gecertificeerde instelling (Bureau Jeugdzorg, Save of bijv. de William Schrikker Stichting) of uit huis zijn geplaatst.

Allereerst is het van belang op te merken dat ondanks de ondertoezichtstelling de ouders nog steeds degene zijn die het ouderlijk gezag hebben over hun kinderen en op grond daarvan belangrijke beslissingen kunnen nemen over hun kinderen. Dit betekent dus ook een beslissing over een verhuizing naar het buitenland.

Het recht om te verhuizen

Het is een recht van iedere burger om te verhuizen, ook naar het buitenland; een ondertoezichtstelling perkt dit recht niet in.

Een ondertoezichtstelling wordt echter uitgesproken omdat dit in het belang van het kind is. De ouders zijn in het kader van de ondertoezichtstelling immers verplicht mee te werken aan de hulpverlening, in het belang van het kind.

Op het moment dat de ouders met de kinderen naar het buitenland gaan verhuizen, heeft dit tot gevolg dat de praktische uitvoering van de ondertoezichtstelling wordt ondermijnd. De rechtbank zal een beslissing om te verhuizen naar het buitenland om die reden als onverstandig en niet in het belang van de kinderen achten. Dit kan een verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing tot gevolg hebben.

Daarnaast is het mogelijk dat de gecertificeerde instelling aangifte doet van ontvoering, omdat er sprake is van ongeoorloofde onttrekking van de kinderen aan het bevoegde gezag. Of dit terecht is, is de vraag omdat feitelijk het gezag niet bij de gecertificeerde instelling ligt.

Uit de wetgeving en jurisprudentie blijkt dat de rechter een beslissing zal nemen in het belang van het kind en dat de Nederlandse rechter mogelijkheden heeft om een beslissing te nemen over de wel of niet geoorloofde verhuizing naar het buitenland.

Oordeelt de rechter dat de verhuizing onterecht is, kan dit tot gevolg hebben dat het gezin terug dient te verhuizen.

Concluderend ligt de bevoegdheid om te verhuizen bij de ouders. Echter, de gecertificeerde instelling is in staat om een verhuizing terug te draaien. Het is derhalve niet raadzaam om zonder overleg met de gecertificeerde instelling te verhuizen naar het buitenland.

doorSanne van Beers

Ontheffing van en ontzetting uit de ouderlijke macht

Ontheffing van en ontzetting uit de ouderlijke macht zijn kinderbeschermingsmaatregelen die verder gaan een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. In beide gevallen verliezen de ouder of de voogd het gezag.

Wat is ontheffing van het ouderlijk gezag?

Ontheffing van het ouderlijk gezag betekent dat de ouder het gezag over het kind verliest. Deze ontheffing wordt opgelegd indien de ouder niet in staat is om het kind op te voeden. Ontheffing van een ouder uit de ouderlijke macht kan op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie worden uitgesproken.

Vrijwillige ontheffing

Een ontheffing kan vrijwillig gebeuren. Dit betekent dat de ouder instemt met de ontheffing, artikel 1:268 lid 1 BW

Gedwongen ontheffing

De ontheffing kan ook gedwongen worden opgelegd. Dit betekent dat de ouder niet instemt met de ontheffing, artikel 1:268 lid 2 BW.

De rechtbank kan in de navolgende gevallen een gedwongen ontheffing opleggen:

  • Indien de ondertoezichtstelling tenminste al een half jaar loopt en het kind onvoldoende wordt behoedt tegen de bedreiging van de zedelijke of geestelijke belangen of de gezondheid van het kind;
  • Als na een uithuisplaatsing van anderhalf jaar of meer in het kader van de ondertoezichtstelling gegronde vrees bestaat dat de ouder (blijvend) niet in staat is om zijn kind op te voeden en te verzorgen;
  • Als het kind sinds een jaar (op vrijwillige basis) bij een ander gezin woont en wordt opgevoed en terugkeer naar het ouderlijk gezin slecht is voor de ontwikkeling van het kind;
  • De ene ouder uit de ouderlijke macht is ontzet en ontheffing van de andere ouder nodig is om ervoor te zorgen dat het kind geen contact heeft met de ontzette ouder.

Wat is ontzetting uit de ouderlijke macht?

Ontzetting uit de ouderlijke macht betekent dat de ouder – net als bij ontheffing – het  gezag over het kind verliest. De grond waarop een ontzetting wordt opgelegd is echter anders dan bij ontheffing, ex artikel 1:269 lid 1 BW. De rechtbank kan in de navolgende situaties een ontzetting uitspreken:

  • De ouder maakt misbruik van zijn gezag of er is sprake van grove verwaarlozing van het kind. Bijvoorbeeld wanneer ouders hun kinderen iedere vorm van onderwijs onthouden op grond van hun geloofsovertuiging. Of wanneer ouders bijvoorbeeld weigeren toestemming te geven voor een noodzakelijk hartoperatie van hun kind.
  • De ouder vertoont slecht levensgedrag, welk gedrag een slechte invloed heeft op het kind. Bijvoorbeeld ernstig verslaafde ouders, ouder die is veroordeeld voor een zedenmisdrijf, vader die incest heeft gepleegd met oudere zusjes, ouders die deelnemen aan criminele organisaties.

Ontzetting kan op verzoek van de andere ouder, familieleden van het kind, de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie worden uitgesproken.

Wie neemt het gezag over na een ontheffing of ontzetting?

De rechter neemt de beslissing over het verzoek tot ontheffing of ontzetting en draagt het gezag aan een (andere) voogd op. Het kan zijn dat de andere ouder (bijvoorbeeld in geval van een echtscheiding) het gezag over het kind krijgt. Als dit niet mogelijk is, kan een ander familielid tot voogd worden benoemd. Ook kan het zijn dat Bureau Jeugdzorg een voogd aanstelt. Tijdens de ontzetting of ontheffing woont het kind bij de voogd. Dit kan zowel familie zijn als een pleeggezin. Het is ook mogelijk dat het kind wordt opgevangen in een in een speciale voorziening van de jeugdbescherming, zoals een internaat.

Hoelang duurt een ontheffing of ontzetting?

De maatregel waarbij de ouder uit de ouderlijke macht wordt ontheven of ontzet is voor onbepaalde tijd. In meer dan 90% van de gevallen eindigt de ontheffing of ontzetting (van rechtswege) zodra het kind meerderjarig is.

Echter kan er ook voordien een verzoek tot herstel van het gezag worden ingediend bij de rechtbank. Zowel de ouder van het kind, als het kind en de Raad voor de Kinderbescherming kunnen een verzoek tot herstel van het gezag indienen. Van belang is dan dat er wordt aangetoond dat de grond waarop het gezag werd beëindigd niet meer aanwezig is en dat het kind dan ook weer kan worden toevertrouwd aan de ouder of voogd, artikel 1:277 BW).