Auteur archief Sanne van Beers

doorSanne van Beers

Verlies contact met ouders, familie en vrienden

Onderzoek wijst uit : “Uit huis geplaatste kinderen verliezen contact met ouders, familie en vrienden.”

Een onderzoeker van Stichting Het Vergeten Kind, Yfke van der Ploeg, heeft in een interview in het Algemeen Dagblad aangegeven dat:

“uithuisgeplaatste kinderen die nog weinig contact hebben met dierbaren, vaker gedragsproblemen hebben. Ook doen ze het minder goed op school en krijgen ze vaker problemen binnen het pleeggezin.

Het zou ze enorm helpen als ze hun ouders of familieleden wel blijven spreken en zien. Er moet contact blijven, het zijn de wortels van een kind, het heeft ze gemaakt tot wie ze zijn. Verwatert het contact, dan doet dat ook iets met die wortels, die kun je niet zo maar weghalen.”

Indien er sprake is van een uithuisplaatsing, bepaalt de betrokken gezinsvoogd welke omgangsregeling in het belang van de minderjarige wordt geacht. Echter niet alleen uit de rechtspraktijk, maar ook uit onderzoek is nu gebleken dat kinderen die niet meer thuis kunnen wonen, vaak het contact verliezen met een of meerdere personen die belangrijk voor hen zijn. Uit huis geplaatste kinderen zijn afhankelijk van hulpverleners voor het contact met hun ouders, familie en vriendjes. Echter hebben hulpverleners te weinig tijd om dat waar te maken, of hebben vooroordelen over het sociale netwerk van een kind en werken er niet mee samen.

De impact die een uithuisplaatsing teweegbrengt is al groot genoeg, zegt Stichting Het Vergeten Kind, dat zich inzet voor deze kinderen. Daar komt nog bovenop dat er in de meeste gevallen geen goed afscheid mogelijk is van ouders, andere familieleden en vrienden omdat de kinderen vaak onverwachts uit huis worden gehaald. Uit een recent onderzoek leerde de stichting dat ruim de helft (56 procent) van de kinderen sinds hun uithuisplaatsing het contact verloren is met minstens één persoon die belangrijk voor hen is.

Juridische mogelijkheden om tot een uitbreiding van de omgang te komen in het kader van een uithuisplaatsing

  • schriftelijke aanwijzing (artikel 1:263 BW)

Indien er door de gezinsvoogd niet wordt gewerkt aan een frequente omgangsregeling tussen de ouders en hun kind, kunnen de ouders allereerst de gezinsvoogd verzoeken om aan hen een schriftelijke aanwijzing op te leggen waarin de gewenste omgangsregeling wordt opgenomen. Mocht de gezinsvoogd ertoe bereid zijn om een schriftelijke aanwijzing op te leggen waarbij wel een omgangsregeling is opgenomen, maar deze omgangsregeling is zeer beperkt dan kunnen de ouders zich wenden tot de rechtbank met het verzoek om een vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing en de rechter te verzoeken om een wijziging c.q. uitbreiding van de omgangsregeling.

  • beoordeling geschil in het kader van de ondertoezichtstelling (artikel 1:262 BW)

Echter uit de praktijk blijkt veelal ook dat de gezinsvoogd niet bereid is danwel geen aanleiding ziet om de omgangsregeling op te nemen in een schriftelijke aanwijzing. Om het ouders alsnog mogelijk te maken om de omgangsregeling – zoals deze is opgelegd door de gezinsvoogd – te laten toetsen door de rechter bestaat er voor de ouders met gezag de mogelijkheid om aan de rechtbank een verzoek voor te leggen tot beoordeling geschil in het kader van de ondertoezichtstelling op grond van artikel 1:262b BW. In een dergelijke verzoek kan de ouder de door hem of haar gewenste omgangsregeling voorleggen aan de kinderrechter. De kinderrechter zal op dit verzoek van de ouder dan een beslissing nemen die in het belang van de minderjarige wordt geacht. 

Voor vragen over een uitbreiding van de omgangsregeling in het kader van een uithuisplaatsing kunt u vrijblijvend contact opnemen met ons kantoor.

doorSanne van Beers

Ontheffing van en ontzetting uit de ouderlijke macht

Ontheffing van en ontzetting uit de ouderlijke macht zijn kinderbeschermingsmaatregelen die verder gaan een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. In beide gevallen verliezen de ouder of de voogd het gezag.

Wat is ontheffing van het ouderlijk gezag?

Ontheffing van het ouderlijk gezag betekent dat de ouder het gezag over het kind verliest. Deze ontheffing wordt opgelegd indien de ouder niet in staat is om het kind op te voeden. Ontheffing van een ouder uit de ouderlijke macht kan op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie worden uitgesproken.

Vrijwillige ontheffing

Een ontheffing kan vrijwillig gebeuren. Dit betekent dat de ouder instemt met de ontheffing, artikel 1:268 lid 1 BW

Gedwongen ontheffing

De ontheffing kan ook gedwongen worden opgelegd. Dit betekent dat de ouder niet instemt met de ontheffing, artikel 1:268 lid 2 BW. De rechtbank kan in de navolgende gevallen een gedwongen ontheffing opleggen:
  • Indien de ondertoezichtstelling tenminste al een half jaar loopt en het kind onvoldoende wordt behoedt tegen de bedreiging van de zedelijke of geestelijke belangen of de gezondheid van het kind;
  • Als na een uithuisplaatsing van anderhalf jaar of meer in het kader van de ondertoezichtstelling gegronde vrees bestaat dat de ouder (blijvend) niet in staat is om zijn kind op te voeden en te verzorgen;
  • Als het kind sinds een jaar (op vrijwillige basis) bij een ander gezin woont en wordt opgevoed en terugkeer naar het ouderlijk gezin slecht is voor de ontwikkeling van het kind;
  • De ene ouder uit de ouderlijke macht is ontzet en ontheffing van de andere ouder nodig is om ervoor te zorgen dat het kind geen contact heeft met de ontzette ouder.

Wat is ontzetting uit de ouderlijke macht?

Ontzetting uit de ouderlijke macht betekent dat de ouder – net als bij ontheffing – het  gezag over het kind verliest. De grond waarop een ontzetting wordt opgelegd is echter anders dan bij ontheffing, ex artikel 1:269 lid 1 BW. De rechtbank kan in de navolgende situaties een ontzetting uitspreken:
  • De ouder maakt misbruik van zijn gezag of er is sprake van grove verwaarlozing van het kind. Bijvoorbeeld wanneer ouders hun kinderen iedere vorm van onderwijs onthouden op grond van hun geloofsovertuiging. Of wanneer ouders bijvoorbeeld weigeren toestemming te geven voor een noodzakelijk hartoperatie van hun kind.
  • De ouder vertoont slecht levensgedrag, welk gedrag een slechte invloed heeft op het kind. Bijvoorbeeld ernstig verslaafde ouders, ouder die is veroordeeld voor een zedenmisdrijf, vader die incest heeft gepleegd met oudere zusjes, ouders die deelnemen aan criminele organisaties.
Ontzetting kan op verzoek van de andere ouder, familieleden van het kind, de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie worden uitgesproken.

Wie neemt het gezag over na een ontheffing of ontzetting?

De rechter neemt de beslissing over het verzoek tot ontheffing of ontzetting en draagt het gezag aan een (andere) voogd op. Het kan zijn dat de andere ouder (bijvoorbeeld in geval van een echtscheiding) het gezag over het kind krijgt. Als dit niet mogelijk is, kan een ander familielid tot voogd worden benoemd. Ook kan het zijn dat Bureau Jeugdzorg een voogd aanstelt. Tijdens de ontzetting of ontheffing woont het kind bij de voogd. Dit kan zowel familie zijn als een pleeggezin. Het is ook mogelijk dat het kind wordt opgevangen in een in een speciale voorziening van de jeugdbescherming, zoals een internaat.

Hoelang duurt een ontheffing of ontzetting?

De maatregel waarbij de ouder uit de ouderlijke macht wordt ontheven of ontzet is voor onbepaalde tijd. In meer dan 90% van de gevallen eindigt de ontheffing of ontzetting (van rechtswege) zodra het kind meerderjarig is. Echter kan er ook voordien een verzoek tot herstel van het gezag worden ingediend bij de rechtbank. Zowel de ouder van het kind, als het kind en de Raad voor de Kinderbescherming kunnen een verzoek tot herstel van het gezag indienen. Van belang is dan dat er wordt aangetoond dat de grond waarop het gezag werd beëindigd niet meer aanwezig is en dat het kind dan ook weer kan worden toevertrouwd aan de ouder of voogd, artikel 1:277 BW).